Wat hebben we aan zelfkennis?

Dit artikel verscheen in de Volkskrant (31-08) (link).

De woorden ‘Ken uzelf’ stonden op de tempel van Apollo in Delphi en de kracht die eruit spreekt lijkt vandaag de dag niet minder. Als je op een willekeurige boekenwebsite zoekt naar ‘zelf ’ of ‘identiteit’ kom je vooral zelfhulpboeken tegen met titels als Van binnen weet je alles, De herontdekking van het ware zelf, Thuiskomen in jezelf. En meditatieve lezingen en mindfulnesscursussen schieten als paddenstoelen uit de grond. Maar waar is zelfkennis eigenlijk goed voor?

Het standaardantwoord lijkt te zijn: authenticiteit. Je kunt niet authentiek zijn of ‘trouw’ aan jezelf tenzij je jezelf kent. Maar stel dat je ‘echte zelf’ een nogal lui, gierig of egocentrisch zelf is. Dan kun je de zoektocht naar zelfkennis maar beter staken. Bovendien is het zeer de vraag of er wel zoiets bestaat als een ‘echt zelf’. Zo niet, dan kunnen we onze zelfhulpboeken beter weggooien. Ook lijkt zulk authenticiteitsstreven nogal egocentrisch: alles draait om het achterhalen van jouw echte identiteit.

Een ander antwoord op de vraag waarom we onszelf beter zouden willen leren kennen, is omdat we door die zoektocht een ‘beter mens’ zouden worden. Dit zou ook het doel zijn van sommige spirituele cursussen, meditatieve retraites en zelfhulpboeken. De zoektocht naar zelfkennis gaat er uiteindelijk om dat je juist niet zo op jezelf gericht bent maar op de ander. Je kunt juist tot het inzicht komen dat die nieuwe auto kopen níet het belangrijkste is, dat klimaatverandering een groot probleem is, dat je gezin belangrijker is dan je werk. Niet egoïsme, maar altruïsme is het doel.

Is dit echt het pad dat je moet bewandelen om een beter mens te worden? Het zou niet best zijn als je zelfhulpboeken moet lezen of moet mediteren om erachter te komen dat je liever meer tijd besteedt aan je gezin dan aan je werk. Bovendien, een ‘beter mens’ worden gaat eerst en vooral over beter handelen. Een beter mens is niet per se iemand die met de neus in de zelfhulpboeken of op de yogamat zit.

Is zelfkennis dan nergens goed voor? Jawel. Ten eerste zijn er mensen voor wie zelfkennisvraagstukken geen luxe zijn, zoals personen die lijden aan psychiatrische stoornissen en een legitieme claim hebben op het concept ‘echte’ of ‘vervreemde’ elementen van zichzelf. Voor iemand die lijdt aan compulsieve (bijvoorbeeld moordlustige) gedachten zijn authenticiteitsvraagstukken soms zelfs van levensbelang.

Ten tweede zijn mindfulness trainingen of tai chi cursussen voor sommigen een effectief middel om om te gaan met bijvoorbeeld stress, hoofdpijn, enzovoorts. Je kunt het zelfhulpaanbod dus van twee verschillende richtingen aanvliegen, zo lijkt het: ofwel vanuit een interesse in jezelf vinden ofwel vanuit een meer therapeutische route. Wat ik me tegelijkertijd kan voorstellen is dat voor die laatste groep het soms storend kan zijn een ‘stukje theorie’ dwz spiritueel geneuzel mee te krijgen. Misschien dat er zelfs personen zijn die dergelijke cursussen precies om die reden niet doen en overwerkt raken. Meer seculiere varianten van dergelijke trainingen zouden misschien wel uitkomst bieden in een alsmaar gehaastere samenleving. Los daarvan is het niet aan mij om te zeggen wat anderen in hun vrije tijd moeten doen, dat moet men zelf weten. Een cursus Italiaans volgen en whiskey drinken als vrijetijdsverdrijf is niet beter dan de Happinez lezen.

Mijn belangrijkste punt is daarom dat zelfkennis ook een morele functie kan hebben naast een puur persoonlijke of prudentiële. Ons (echte) ‘zelf’ heeft immers allerlei minder mooie kanten. Precies die kanten kennen we vaak onvoldoende, omdat we onszelf liever zo niet zien. Zo hebben we allerlei impliciete vooroordelen over personen die anders zijn dan wij. We lijden soms aan tunnelvisie, hebben vaak oogkleppen op, geloven dingen omdat we ze willen geloven, vormen meningen op een flinterdunne basis. De meesten van ons zijn bij vlagen hoogmoedig of laf en conflictmijdend. Kortom, we hebben allerlei gebreken (en degenen die denken dat ze daar niet aan lijden, hebben oogkleppen op). Deze slechte kanten van ons (evengoed echte) zelf waarvan we ons doorgaans onbewust zijn, leiden tot ongefundeerde meningen, matige journalistiek, kortzichtige wetenschap, impliciet racisme, onrechtvaardige beslissingen en wat al niet. Hier ligt duidelijk een belangrijke taak voor zelfkennis. En in dit geval is er wel degelijk een relatie tussen het verkrijgen van meer zelfkennis en ethisch beter handelen.

Maar merk op dat de bestaande zelfhulpmiddelen hier slecht op aansluiten. In plaats van mediteren of het lezen van zelfhulpboeken kunnen we beter een cursus empirische psychologie, vice epistemology of ethiek volgen (voor een interessant artikel over de relatie tussen epistemic vices en zelfkennis zie hier). In plaats van je af te vragen of je het ‘nu’ bewuster kunt ervaren kun je je misschien beter afvragen of je een eikel bent of bullshit verkondigt. In plaats van proberen mindful te worden kunnen we onszelf soms maar beter de vraag stellen of onze sterke overtuigingen (bijvoorbeeld over donorregistratie of zwarte piet) een solide basis hebben of niet veel meer zijn dan onderbuikgevoelens.

Het verwerven van bovenstaand type zelfkennis is geen theekransje. De vraag beantwoorden of je in een donker steegje eerder bang bent voor niet-witte dan witte personen, om maar iets te noemen, is geen ontspannende bezigheid. Je wordt er niet rustig van. Noch ‘compleet’. Noch heb je na afloop het idee dat je een beter mens bent. Integendeel.

De zoektocht naar daadwerkelijk relevante zelfkennis is er een van strijd, vervreemding en ongemak. Dat bekt vanuit marketingperspectief misschien niet zo lekker, maar we hebben er tenminste echt iets aan.