De strijd tegen onbewust seksisme

(Gepubliceerd op Filosofie Magazine online, 21 Maart 2014)

De klassieke discussie over vrouwenemancipatie zijn we inmiddels een beetje beu: emancipatie is ‘uit’ of ‘af’. We denken al lang niet meer dat vrouwen minderwaardig zijn, een lager salaris zouden moeten verdienen, minder geschikt zijn voor bepaalde functies, enzovoorts. Expliciet seksisme is zo goed als uitgeroeid. Maar helaas bestaat er een gat tussen wat we expliciet zeggen en hoe we impliciet handelen. Dit feit zorgt voor een nieuwe feministische golf: de strijd tegen onbewust seksisme. Als jonge wetenschapper zie ik de vrouwendagen, vrouwenbladen, vrouwenclubs, vrouwenborrels als paddenstoelen uit de grond schieten. Onlangs verscheen de 100% Vrouw-editie van Filosofie Magazine, met achterin een paginagrote advertentie van het vrouwenblad Opzij met daarin de verlokkende woorden “join the club”!

Ik krijg jeuk van dat soort clubs. Steeds opnieuw word ik geconfronteerd met het feit dat ik geen academicus sec ben maar een van de vrouwelijke soort. Laat me duidelijk zijn: onbewust seksisme is een feit, en een pijnlijk feit bovendien. Van twee exact dezelfde cv’s zullen mensen—ongeacht vrouw of man—eerder het cv kiezen met de mannennaam erboven. We geven mannelijke studenten vaak nét wat hogere cijfers zonder dat we het door hebben, of zijn meer verbaasd wanneer een vrouwelijke studente een intelligente opmerking maakt; we zijn geneigd vrouwen op televisie uit te nodigen om te praten over mode in plaats van wetenschap. Om maar niet te spreken van onze speelgoedwinkels: het strijkijzer voor de meisjes en de op afstand bestuurbare auto voor de jongens. Dit is een beschamende situatie met enorme consequenties voor de keuzevrijheid, salarishoogte en kansen op de arbeidsmarkt van vrouwen.

Maar vereniging in vrouwenclubs en vrouwenbladen is niet de juiste oplossing. Sterker nog, er is sprake van een treurig Calimerocomplex wanneer we deze problemen willen aanpakken door eerst en vooral beroep te doen op een saamhorigheidsgevoel van “wij vrouwen”. (Calimero: “Zij zijn groot en ik is klein, en da’s niet eerlijk, o nee!”.) Willen we met het onkruid ook de wortels van seksisme daadwerkelijk uitroeien, moeten we erkennen dat dit niet alleen het probleem is van “ons vrouwen” maar van “ons allemaal”. Politieke partijen hebben een probleem als ze ‘helaas’ niet voldoende vrouwelijke kandidaten kunnen vinden; universiteits- en faculteitsbesturen hebben een probleem wanneer ze nog geen vijftien procent vrouwelijke hoogleraren in huis hebben; werkgevers hebben een probleem wanneer ze voor dezelfde functie mannen met een hoger salaris belonen.

Er zijn genoeg dingen die we kunnen doen tegen seksisme zonder het organiseren van theekransjes. Een eerste stap is in te zien dat impliciet seksisme niet volledig kan worden opgelost door expliciet feminisme. Wat we nodig hebben is niet zozeer meer lezingen voor vrouwen door vrouwen, maar meer lezingen over wat onbewuste oordelen precies zijn en hoe we deze kunnen veranderen (door psychologen, filosofen, communicatiewetenschappers of bijvoorbeeld juristen—geslacht irrelevant). Maar denk ook aan procedurele stappen die opgaan voor man én vrouw: anonieme beoordeling van tentamens, cv’s, sollicitatiebrieven of (debuut)romans. Geen gender-biased Bart Smit folders meer. Sta eens wat langer stil wanneer je voor een gelegenheid met een dozijn mannen op de proppen komt en de vrouwen ‘niet goed genoeg’ waren. Nodig eens een stel mannen uit op een georganiseerde ‘vrouwendag’; laat mannen schrijven in een 100% vrouwen-editie van een tijdschrift, enzovoorts.

En niet te vergeten is er ook nog iets om voor te vechten voor “ons mannen”: het kraam/ouderschapsverlof. Het ouderschapsverlof van mannen staat in Nederland op een bedroevende twee dagen, plus de verworven drie extra dagen onbetaald. In Denemarken en Noorwegen krijgen vaders twee tot zes weken betaald verlof, en zijn er naderhand meer dan dertig weken te verdelen tussen man en vrouw. Bepaald geen wonder dat we in Nederland onbewust zijn gaan denken dat de fulltime kostwinnaar in huis meestal de man is. Dat is hij ook.

Leave a reply

Your email address will not be published.